“Mijn doel is mensen tot hun eigen overtuiging te laten komen” - Zoeken naar een passende zorg Een interview met Drs. Hans Evers, Expert van FCIC


Op de IC wordt het leven ineens heel anders. Ook de grote levensvragen komen in een ander daglicht te staan. Hans Evers, geestelijk verzorger op de IC, ondersteunt mensen daarbij, bijvoorbeeld als ze afscheid moeten nemen van een dierbare. Ook begeleidt hij nabestaanden bij het nemen van een besluit over orgaandonatie.

 

hans_MSP_9115.jpg 

 

Al vijftien jaar is Hans Evers geestelijk verzorger op de intensive care van het Leids Universitair Medisch Centrum. “Iedereen die langer dan 24 uur in een zorginstelling verblijft, kan een geestelijk verzorger raadplegen. Op de IC is dat extra belangrijk, omdat de IC de plek is waar het leven volledig verandert. Mensen die hier komen, zijn ernstig ziek en dat heeft grote gevolgen voor henzelf en hun familie. Het lijf trekt de meeste aandacht, maar ziek zijn treft alles wie je was, en dat geldt ook voor de familie. Daar ligt de kern van geestelijke verzorging: ongeacht iemands levensbeschouwelijke achtergrond, ben ik er als geestelijk verzorger om mensen te helpen zich daartoe te verhouden.”

De levensbeschouwelijke ‘kleur’ van de patiënt of de familie bepaalt de stijl en vorm van de ondersteuning. “Ik ben katholiek. Dat wil zeker niet zeggen dat ik alleen katholieken bijsta, maar ik kan niet elke kleur aannemen. Als ik geen begeleiding kan bieden binnen iemands kader, verwijs ik door, bijvoorbeeld naar een imam, een Hindoestaanse pandit of een humanistisch raadsman of -vrouw.”

 

Naar zichzelf luisteren

Dagelijks voert Hans zo’n tien gesprekken met patiënten en hun naasten. Als Hans in beeld komt, begrijpen mensen niet altijd wat hij voor ze kan betekenen. “Ze hebben iets op hun bordje gekregen waarvan het niet vanzelfsprekend is dat ze dat alleen kunnen oplossen. Dan wordt hen aangeboden dat ze met mij kunnen praten. Mensen zeggen dan wel eens aarzelend: maar ik ben toch psychisch in orde? Jazeker, en ik ben geen psycholoog. Ik ben ook geen ‘ouderwetse’ dominee of pastoor. Ik kom niet vertellen hoe het moet. Ik moet altijd even uitleggen dat ik mensen ondersteun bij het op hun eigen manier omgaan met deze moeilijke situatie. Ik kom het niet prettiger maken. Mijn doel is mensen tot hun eigen overtuiging te laten komen.”

Het belangrijkste dat Hans doet is luisteren. “Ik stel eigenlijk alleen de vraag: wat houdt je bezig? Dan gaan mensen vertellen. De kunst is om zo te luisteren dat iemand naar zichzelf gaat luisteren en zichzelf vervolgens begrijpt. Dat kan confronterend zijn, want die persoon ontmoet dan zichzelf. Dat zijn we wat verleerd. Ik luister dan zonder te oordelen en zonder iets te versterken.”

Het zijn andere gesprekken dan die de familie met de artsen voert. “We hoeven het niet te hebben over de medische zaken. Alleen maar over het moment. Over de betekenis van wat er is gebeurd. Over hoe het was en hoe het zal worden. En over afscheid nemen. Want veel mensen houden rekening met het ergste terwijl de artsen nog proberen hun dierbare te redden. En met de arts bespreken ze die gevoelens niet.”

 

Witte bloemen

Als verdere behandeling geen zin meer heeft, komt met enige regelmaat orgaandonatie aan de orde. Twee tot drie keer per week praat Hans met familieleden die, als verder behandelen zinloos is, moeten besluiten over donatie voor hun dierbare die geen keuze heeft geregistreerd. “Een geschokte familie moet dan een vraag beantwoorden waarin besloten ligt: hoe nemen we in alle waardigheid zorgvuldig afscheid? De familie moet tot een gedeelde overtuiging komen. Die moet voortkomen uit een innerlijke overtuiging. Het moet een passend antwoord zijn. Dat is niet rationeel. Veel mensen zeggen ja vanuit het idee: dit zou hij hebben gewild. Ze doen daarmee recht aan hun dierbare. Net zoals ze ook die witte bloemen op de kist leggen als dat zijn wens was.”

 

Twijfel en zelfverwijt

Het mooist vindt Hans het als mensen uit diepe overtuiging de keuze kunnen maken voor orgaandonatie. Maar vaak ziet hij belemmeringen die samenhangen met de relatie tot de overledene. “Boosheid bijvoorbeeld. Dan zeggen mensen meestal nee. Maar er kwam ook een keer een man op de IC die overleed aan een hersenbloeding, terwijl hij een paar maanden later de varkenshouderij van zijn vader zou overnemen. Die vader was ontzettend boos, zijn ja leek wel wraak. Wat ik ook wel hoor, is dat familieleden zeggen: hij heeft al zo veel geleden. Uit medelijden zeggen ze dan nee. Ik spreek ook regelmatig familieleden van een overledene waar ze geen contact meer mee hadden, en die dan zeggen: ik voel me niet gerechtigd om hier een besluit over te nemen. Dat kan achteraf leiden tot twijfel en zelfverwijt. Van de mensen die nee zeggen als hun familielid geen keuze had vastgelegd, heeft 33 procent daar achteraf spijt van, volgens onderzoek (Dissertatie Jack de Groot 2016). En spijt is moeilijk, want daardoor stagneert het rouwproces. Goed tot een besluit kunnen komen is dus heel belangrijk.”

 

In het hoofd van een ander

Kiezen voor wel of geen donatie is geen praktische keuze, benadrukt Hans. “Het is besluiten wat jij als nabestaande passend vindt. Twijfel ontstaat vooral als de familie probeert te redeneren vanuit wat hun dierbare zou hebben gewild. Maar in het hoofd van iemand anders kruipen is onmogelijk. Die persoon is overleden, en nu ben jij verantwoordelijk geworden voor dat lichaam en moet daarvoor zorgen. Dan is het zaak om tot je eigen overtuiging te komen en daarnaar te handelen. Als mensen in het ziekenhuis de kans krijgen om écht stil te staan bij hun diepe overtuiging en van daaruit een keuze te maken, kunnen ze daarna getroost verder leven.”

 

Intuïtief weten

Diep van binnen weten mensen hun antwoord eigenlijk al meteen, zegt Hans. Hij noemt het een intuïtief weten. “Ik moet bij het begin van het gesprek heel wakker zijn, want al in de eerste minuut zeggen mensen hoe ze erover denken. De rest van het gesprek is uitwerking. Het bewustzijn gaat sneller dan het licht, het verstand hobbelt daar achteraan. Je wilt het zelf begrijpen en het ook nog met anderen kunnen delen. Dus moet je woorden vinden voor wat intuïtief duidelijk is, je intuïtie vertalen. Dat kost tijd. Zolang mensen voor die intuïtie geen woorden hebben gevonden, blijven ze argumenteren. Ze kunnen ook ontdekken dat ze er anders tegenover staan dan ze altijd dachten. Zoeken naar wat passend is, is geen beslisboom langsgaan. Het is veel ingewikkelder. En mensen die ethisch goed verzorgd worden, maken keuzes die overeenstemmen met hun morele intuïtie.”

Met dank aan

Tekst: Ellen Segeren. Fotografie: Madeleine Sars. Overgenomen uit Nabestaandencontact met toestemming van de Nederlandse Transplantatie Stichting

Vanwege gegarandeerde privacy zijn de casussen geanonimiseerd.