2 nieuwe hoogleraren met de focus op kwaliteit van overleving

 

In het algemeen is er tegenwoordig meer aandacht voor de kwaliteit van overleving van IC-patiënten en de gevolgen die zij vaak nog op lange termijn ondervinden. De invoering van de term Post Intensive Care Syndroom getuigt hiervan.

Toch is het bijzonder dat er recent, resp. op 2 juni en 5 juli 2017 twee hoogleraren zijn benoemd die zich op een deelgebied focussen dat alles met het Post Intensive Care Syndroom te maken heeft.
Om te beginnen sprak prof. Leo Heunks in het VU Medisch Centrum zijn inaugurele rede uit getiteld: ‘Ademspierdisfunctie bij de intensive care patiënt’.

leo_heunks.jpg 


Hij legde uit hoe de ademspier, het middenrif (in medische termen: het diafragma), een zeer belangrijke functie heeft die niet de aandacht krijgt die ze verdient. Als meer wordt ingezoomd op het verbeteren van de functie van deze grote spier en het ‘monitoren’ van de ademarbeid van de patiënt, zal dat het herstel ten goede komen. Dit monitoren zou bijv. kunnen via echo-techniek en het verbeteren van de functie via o.a. medicatie. Prof. Heunks legde uit dat sepsis en infectie belangrijke veroorzakers zijn van disfunctie van de ademspier. Verzwakking van deze spier heeft grote gevolgen waaronder soms een moeizaam afbouwen van de beademing. Dit is één van de redenen waarom IC-patiënten die niet meer kritiek ziek zijn toch nog op de IC verblijven. Het gaat hier om uiterst kostbare zorg waarvoor prof. Heunks een oplossing aanreikte: een afdeling ‘Intensive Care light’ met o.a. veel meer aandacht voor afbouw van de beademing. Niet voor niets is het NexCob-beademings-afwenningscentrum in het leven geroepen en kondigde prof. Heunks tevens de komst van een ademspier-expertisecentrum aan. In het algemeen pleitte hij er ook voor dat IC-patiënten in een meer helende situatie gebracht zouden moeten worden, met bijvoorbeeld meer aandacht voor aspecten als mobiliteit en omgeving. In dit kader noemde hij de stichting FCIC als voorbeeld van een organisatie die zich voortvarend inzet voor het beperken van de impact van de IC, vanuit het patiënten- en naastenperspectief en daarmee de kwaliteit van zorg en overleving helpt verbeteren.

Op woensdag 5 juli werd vervolgens tot hoogleraar aan de Utrechtse Academie benoemd: prof. Arjen Slooter. Zijn specialisme luidt: Intensive Care neuropsychiatrie. Het onderwerp van zijn oratie was: ‘Laten we het hoofd erbij houden’. Prof. Slooter ging nader in op het delirium of delier (een acute vorm van verwardheid, met een licht gedaald bewustzijn ofwel slaperigheid, t.g.v. een lichamelijke oorzaak). Dit is een zeer veel voorkomend neurospychiatrisch probleem waarbij er een grotere kans is op het later ontwikkelen van dementie. Nog veel onderzoek zal gedaan moeten worden naar alle factoren die bijdragen aan het ontstaan van een delier. Feit is dat het vaak niet wordt herkend. Maar er is apparatuur getest (en in ontwikkeling), een zgn. delirium monitor, die het delier via een EEG binnen een minuut kan vaststellen. Een grote vooruitgang dus, waarvoor nog verder onderzoek nodig is om de brede toepasbaarheid in de praktijk mogelijk te maken.

arjen_slooter.jpg


Dr. Slooter lichtte ook toe dat een delirium niet alleen een oorzaak kan zijn van latere neurocognitieve klachten maar ook in zichzelf een uiting is van encephalopathie = een functiestoornis van de hersenen die meerdere functies betreft (waaronder aandacht en bewustzijn). Hij betreurt dat tot nog toe de termen delirium en encephalopathie door elkaar gebruikt worden. Er zou meer afstemming moeten zijn tussen de verschillende vakgebieden van disciplines als psychiaters, revalidatie-artsen, intensivisten, neurologen, etc., ook als het gaat om het samenwerken en delen van kennis op het vlak van lange termijn gevolgen na IC. Ook benadrukte prof. Slooter dat het Post Intensive Care Syndroom serieus genomen dient te worden, qua impact op betrokkenen maar ook op onze samenleving. Omdat intensive care een relatief jong vakgebied is, de kennis over PICS nog maar net van de grond is gekomen maar vooral omdat de nazorg voor deze patiëntengroep erg is versnipperd, is PICS vaak nog onvoldoende in beeld. Prof. Slooter complimenteerde dan ook de stichting FCIC met haar inzet m.b.t. de verspreiding van kennis over PICS.

Met dank aan Idelette Nutma voor dit verslag op de website www.opeenicliggen.nl